Osteopathie is oorspronkelijk ontwikkeld door de Amerikaanse arts Andrew T. Still rond 1870.
Hij ging er van uit dat een lichaam een eenheid is en de afzonderlijke delen elkaar beïnvloeden.
Het lichaam wordt verdeeld in de wervelkolom/gewrichten, organen en de schedel met zijn hersenvliezen. De onderlinge weefsels zijn allemaal met elkaar verbonden door bindweefsel en vliezen. Hierin lopen de bloedvaten, lymfevaten en zenuwen.

Op deze plaatsen kunnen problemen ontstaan door o.a. ontstekingen, trauma, operaties, overbelasting, stress, verzuring, voeding. Hierdoor kan de mobiliteit van bovenstaande weefsels verstoord raken met als gevolg verstoring van de doorbloeding. Dit veroorzaakt op den duur pijnklachten.

Wil je de pijnklachten oplossen dan moet je de normale beweeglijkheid tussen de weefsels herstellen en daardoor wordt ook de doorbloeding verbeterd.
Hierdoor wordt het zelf genezend vermogen van het lichaam hersteld en zal het lichaam het probleem zelf oplossen. Dit herstel heeft dan wel tijd nodig. Dit kan enkele weken tot maanden zijn.

Osteopathie is een complementaire manuele geneeswijze. Dit betekent dat osteopathie aanvullend is op de reguliere geneeskunde. De osteopaat is geen vervanging voor de huisarts of de specialist. 

In Nederland wordt Osteopathie gerekend tot de alternatieve geneeswijzen. In andere landen zoals Frankrijk, Amerika en Engeland, waar de Osteopathie al langer bestaat, valt de Osteopathie onder de reguliere geneeskunde.